Doel:  conflicten voorkomen en constructief samenwerken met de leerkracht van je hoogbegaafde kind

Achtergrond.

Hoogbegaafde kinderen hebben andere onderwijsbehoeften dan waarin standaard wordt voorzien. Er moet van het gebaande pad worden afgeweken, maar hoe dat moet is niet meteen duidelijk want dat verschilt per kind. Het vergt een zoektocht waarbij zowel het kind zelf, de ouders als school belangrijke informatie kunnen leveren.

Hoe voorkom je dat school en ouders lijnrecht tegenover elkaar komen te staan en je kind de dupe wordt?

Als je veel stress ervaart omdat het nog niet goed gaat met je kind, is het risico groot dat je in je overlevingsmodus schiet. Je autonome zenuwstelsel  brengt je in staat van paraatheid om te ‘vechten’, te ‘vluchten’ of te ‘onderwerpen’ (“freeze”). Het rationele brein wordt uitgeschakeld, inleven in een ander is even niet meer aan de orde; alles is gericht op vechten, vluchten of onderwerpen.  Je handelt vanuit je ‘reptielenbrein’, zoals dat zo mooi wordt genoemd.
Bijvoorbeeld:

  • Je ervaart school als de vijand en gaat de strijd aan. Je eist een aangepast programma, en wel NU (vechten).
    “Hoe krijg ik de leerkracht aan het verstand gepeuterd dat ……”
  • Je zoekt direct een andere school zonder eerst de behoeften van je kind zorgvuldig te inventariseren en respectvol af te stemmen wat de mogelijkheden zijn om daarin te voorzien (vluchten). “Ze snappen er hier niets van ik ga ergens anders heen”
    NB. Dit is anders dan een weloverwogen beslissing nemen om van school te veranderen omdat het de beste oplossing is om in de onderwijsbehoefte te voorzien.
  • Je wilt geen pushende ouder zijn en verzuimt je zorg te bespreken in de hoop dat de leerkracht weet wat hij doet (onderwerpen).

Ik hoef niemand uit te leggen dat dit niet bijdraagt aan een  goede begeleiding van je kind. Toch zou je niet de eerste zijn die in deze valkuilen stapt.

Samenwerken, vanuit het rationele brein, betekent dat je open en respectvol communiceert, je wensen en zorgen deelt, je inleeft in de zorgen en (on)mogelijkheden van de ander en zoekt naar oplossingen die recht doen aan iedereen. De insteek is: “Wat Werkt Wel”?
Zodra je niet meer gericht bent op Wat Werkt Wel (maar bijvoorbeeld bezig bent te overtuigen of juist op te geven), weet je dat je vanuit je reptielenbrein aan het overleven bent.
Stop met wat je aan het doen bent, kalmeer jezelf en gebruik de volgende werkwijze om tot een constructieve samenwerking te komen met de leerkracht van je kind.

Werkwijze:

Bereid een gesprek met de leerkracht goed voor.
Voorkom dat je impulsief reageert en bijvoorbeeld bij vluchtige haal- en breng contacten je zorgen uit. De kans is groot dat je je reptielenbrein aan het werk hebt.

Inventariseer je zorgen en maak concreet.
Waaraan merk je concreet dat het niet goed gaat met je kind? Welk gedrag bemerk je precies?
Noteer concrete voorbeelden.
Bijvoorbeeld:

  • Nadat hij ’s middags uit school komt heeft hij dagelijks heftige woedeaanvallen, zonder dat er sprake is van een werkelijk conflict.
  • Hij zegt dat hij niet naar school wil omdat hij het echt helemaal niet leuk vindt.
  • Hij klaagt regelmatig over hoofdpijn of buikpijn en volgens de dokter zijn er geen medische oorzaken.
  • Je hebt het idee dat hij in de ‘uit-stand’ staat; hij heeft 9 van de 10 keer zijn werk niet af, of hij levert minimale inspanning voor een presentatie, of …..

Maak een overzicht van opvallend werk van je kind en/of leg een portfolio aan.
Wat zijn z’n talenten, waar leeft hij zich in uit? Waaruit blijkt dat je kind niet aan z’n trekken komt? Waaruit blijkt dat je kind voorloopt in zijn ontwikkeling?
Noteer concrete voorbeelden.
Het gesprek verloopt  veel gemakkelijker als jij in plaats vanuit een onderbuikgevoel, je kunt baseren op concrete informatie.
“Hij verveelt zich” is te vaag, daar kan een leerkracht niks mee. Bovendien is het nogal pijnlijk als de leerkracht net z’n weekend heeft opgeofferd om een leuke les voor te bereiden.
Realiseer je dat kinderen zich kunnen aanpassen op school. Ze willen net als de rest van de groep zijn. Ze laten niet automatisch zien wat ze kunnen en uiten hun onvrede ook niet altijd. Wees alert op verschillen tussen wat ze thuis en wat ze op school laten zien en noteer concrete voorbeelden.
Een leerkracht ziet alleen het gedrag in de klas. Hij ziet bijvoorbeeld dat een kind uit groep 3 weigert om optelsommen tot 10 te maken. Het is begrijpelijk dat hij dit anders interpreteert als hij weet dat dit kind thuis voor de lol leert worteltrekken, dan als hij dit niet weet.
Hoe meer concrete informatie jij hebt hoe beter de onderwijsbehoefte kan worden ingeschat.

Vraag een gesprek aan.
Wacht niet tot het 10 minuten gesprek of de tafeltjesavond. Die tijd is veel te kort om even goed af te stemmen en tijdsdruk is niet bevorderend voor een goed gesprek. Het voordeel van een gesprek plannen is bovendien dat je de leerkracht niet overvalt en jullie beiden tijd hebben om je voor te bereiden.

Houd de toon tijdens het gesprek positief en gericht op ‘Wat Werkt Wel’.

  • Wat is jouw overlevingsstijl? Als het gesprek niet lekker loopt, neig je dan naar vechten, vluchten of onderwerpen? Wees hier alert op tijdens het gesprek en stuur je gedrag bij.
  • Vertel NIET wat de leerkracht volgens jou moet doen. Kies het belangrijkste punt van zorg en bespreek je concrete observaties. Vraag of de leerkracht dit gedrag van jouw kind in de klas herkent. Luister naar zijn bevindingen. Vraag verduidelijking. Geef verdere informatie over je eigen bevindingen.
    Beperk je tot het bespreken van alleen deze belangrijkste zorg of misschien nog eentje, maar voorkom dat je de ander overdondert met een enorme waslijst. Veel concrete voorbeelden van hetzelfde punt is oké, dat verduidelijkt het beeld.
  • Schakel over bij verzet.
    Mensen die stress ervaren staan niet open om zich in te leven in de ander.
    Jij ervaart waarschijnlijk stress, maar de leerkracht misschien ook. “Oh jee, daar heb je weer zo’n ouder die van alles van me wil, en ik weet niet hoe ik dat in vredesnaam voor elkaar moet krijgen”
    De emotionele temperatuur moet eerst naar beneden. Dat doe je door te luisteren; niet met ‘luisteren om te reageren’, maar met ‘luisteren om te begrijpen’.
    Als je merkt dat de leerkracht zich verzet tegen jouw zienswijze, kies dan heel bewust om je eerst in te leven in de beleving van de leerkracht. Zo kan zijn emotionele temperatuur zakken en is de kans groter dat hij zich daarna kan openstellen voor jouw punt.
    In een goed gesprek wordt er steeds overgeschakeld tussen je eigen punt maken, overschakelen naar het begrijpen van de ander, terugkomen op je eigen punt, overschakelen naar de beleving van de ander.
    Door er voor te kiezen om heel bewust over te schakelen, in plaats van bijvoorbeeld te overtuigen of op te geven, zakt de emotionele temperatuur en kunnen mensen zich steeds meer inleven in elkaars gezichtspunt.
    Vanuit wederzijds begrip kan vervolgens gekeken worden naar oplossingen.

Maak een handelingsplan.
Zoek naar oplossingen.
Werk samen met de leerkracht om te bedenken hoe er tegemoet gekomen kan worden aan de onderwijsbehoefte en bespreek hoe je elkaars inzet kunt versterken.
Stel:  Je middelbare scholier is dol op literatuur en leeft zich op eigen initiatief, zonder dat dit op het lesprogramma staat, helemaal uit in een literatuurpresentatie. Ze kan het echter niet opbrengen om de saaie grammatica oefeningen in te leveren.
De leerkracht bekijkt hoe hij tegemoet kan komen aan haar passie voor literatuur en jij bekijkt hoe je je kind kunt stimuleren om voldoende grammatica oefeningen te maken waaruit blijkt dat ze grip heeft op de stof.

Schrijf een bedankbriefje.
Stuur kort na het gesprek een bedank briefje voor het gesprek en geef daarin ook een samenvatting van de actiepunten die volgens jou zijn afgesproken.
Naast dat het gewoon prettig en constructief is om aandacht te hebben voor het positieve, kan dit ook bijdragen aan het bijsturen van eventuele misverstanden.
Je eigen beleving kleurt wat je oppikt uit een gesprek. Als jij iets anders in je hoofd hebt over wat er is afgesproken dan de leerkracht, dan kan dit worden bijgesteld voordat het tot teleurstellingen of  problemen leidt.

Tips en valkuilen:

Vermijd de term ‘hoogbegaafd’.
Er is nog veel weerstand tegen en het kan te hoge verwachtingen oproepen. Spreek liever in termen van onderwijsbehoeften.

Verruim je perspectief.
Passend werk is uiteraard belangrijk, maar het is maar één belangrijke schakel in het welzijn van je kind.  Erkenning en begrip, verbondenheid, een positieve en constructieve benadering bij het oplossen van problemen waarbij gezocht wordt naar oplossingen en grip, zijn minstens zo belangrijk en daar kan jij als ouder een belangrijke rol in spelen.
Staar je dus niet blind op de eventuele ‘tekortkomingen in het onderwijsprogramma’. Strijd over de lesstof doet misschien wel meer afbreuk dan het niet-passende werk zelf.  Gebruik eventuele problemen om te ontdekken wie je kind is en hoe hij het beste functioneert en zie het als een bouwsteen om problemen te leren oplossen en verschillen te overbruggen. Op deze manier zal  hij er de rest van zijn leven veel aan hebben.

Overweeg of je alleen of samen met je kind het gesprek met de leerkracht aangaat.
Praat met je kind. Je kind weet het beste hoe hij zich voelt en wat hij zou willen. Jij doorziet wellicht beter de drempels waar je kind voor wegloopt en niet wil zien.

  • Zelfs jonge basisschool kinderen kunnen vaak verrassend goed aangeven wat ze graag willen en waar ze mee zitten als ze de kans wordt geboden. Zeker als je kind zelf aangeeft dat hij baalt van school, ergens verdrietig over is, of iets niet lekker loopt, is het vaak heel effectief om je kind zelf het gesprek te laten voeren. Jij kunt hem helpen door vragen te stellen en je te richten op wederzijds begrip tussen kind en leerkracht.
  • Bij kinderen op de middelbare school wordt er vaak vanuit gegaan dat ze het zelf allemaal wel regelen. De valkuil is dat als het allemaal niet lekker loopt je kind en/of zijn leerkracht vanuit hun reptielenbrein reageren. Als jij meegaat naar het gesprek kun je als bemiddelaar ondersteunen om de positieve toon vast te houden zoals onder werkwijze wordt beschreven.

Zeker als je besluit om zonder je kind met de leerkracht te praten, maak dan duidelijk aan je kind dat je niet naar school gaat om te klagen maar om oplossingen te zoeken voor een bepaald probleem. Vraag zijn mening en ideeën.

Wil je hier meer grip op krijgen?
Doe mee met de training “Help Mijn kind is hoogbegaafd”.

Hoe lukte het jou om een goed contact op te bouwen en constructief samen te werken? Inspireer ons door het onderstaande opmerkingenveld in te vullen.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *