Doel:

Het voorkomen en/of doorbreken van leer- en gedragsproblemen door het stimuleren van hersenontwikkeling

Achtergrond informatie.

Ook hoogbegaafde kinderen kunnen last hebben van leer- en gedragsproblemen, zoals bijvoorbeeld dyslexie en ad(h)d. Soms vallen hun problemen minder op omdat ze met hun intelligentie hun problemen kunnen compenseren en bijvoorbeeld relatief goede resultaten weten te behalen. Toch kan de juiste ondersteuning een groot verschil maken voor hun welzijn.

Maar wat is de juiste ondersteuning?
Dr. Shirley Kokot waarschuwt voor het gebruik van labels als ad(h)d en dyslexie. Een label verwijst naar de symptomen/het gedrag en vergroot de neiging om alleen dat aan te pakken (bijvoorbeeld met ritalin) zonder naar de onderliggende oorzaken te kijken.
Volgens Kokot kan hetzelfde gedrag echter verschillende onderliggende oorzaken hebben en dus een verschillende aanpak nodig hebben.  Zij constateert dat veel leer- en gedragsproblemen voortkomen uit een onderontwikkeld zenuwstelsel. Wat er precies mis gaat in de ontwikkeling verschilt per kind en is deels met simpele, snelle testjes te onderzoeken. Als er sprake is van hiaten in de ontwikkeling van het zenuwstelsel is het mogelijk om met behulp van specifieke bewegingsoefeningen de betreffende  hersenfuncties te stimuleren waardoor problemen worden ondervangen.

Normale hersenontwikkeling.

Onze hersenen bestaan uit miljarden neuronen (zenuwcellen) die samen een netwerk vormen. De kwaliteit van deze neurale structuur is erfelijk en ligt vast in ons DNA. De omgeving en onze ervaringen zijn bepalend voor de manier waarop dit neurale netwerk tot ontwikkeling komt.
Beweging en voeding zijn daarbij cruciaal en structureren het brein.

Beweging activeert de neuronen waardoor de axon wordt omhult met myeline. Myeline is belangrijk omdat het ervoor zorgt dat boodschappen van de ene zenuwcel  worden doorgestuurd naar de volgende zenuwcel. Daarnaast zorgt myeline er ook voor dat een elektrisch signaal niet overspringt naar een zenuwcel waar het niet voor bedoeld is en zo kortsluiting veroorzaakt.

Bij de geboorte zijn alleen de neuronen van de primitiefste hersendelen, de hersenstam en de medulla, omhuld met myeline waardoor het brein in staat is om de basale levensfuncties zoals ademhalen, hartslag en dergelijke te reguleren. De hogere hersenfuncties zijn nog onontwikkeld.
Er is beweging nodig om ook de hogere hersenfuncties te ontwikkelen. Een pasgeboren baby heeft nog geen bewuste controle over beweging. Reflexen zorgen voor de benodigde automatische beweging.  Ze worden aangestuurd door de medulla zonder tussenkomst van hogere hersenfuncties.
Iedere gezonde pasgeboren baby beschikt over vele reflexen die zich in een vaste volgorde en in een vaste periode ontwikkelen.  Ieder reflex is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een specifiek deel in de hersenen. Als de betreffende neuronen voldoende zijn ontwikkeld is er controle en verdwijnt de reflex. Maar als de reflex onvoldoende in de hersenen wordt geïntegreerd blijft de reflex bestaan en kan deze interfereren met de ontwikkeling van verdere hersenfuncties.

De ontwikkeling van de hersenen verloopt hiërarchisch, dat wil zeggen dat de ontwikkeling van hogere hersenfuncties voortbouwt op al eerder ontwikkelde lagere hersenfuncties.
Problemen bij de ontwikkeling van de lagere hersenfuncties hebben daarom gevolgen voor de ontwikkeling van de hogere hersenfuncties, zoals leren op school.

Integrated Learning Therapy kijkt naar de gehele neurologische ontwikkeling en onderzoekt of er onderontwikkelde gebieden in de hersenen zijn.

neurologische ontwikkeling

Door middel van simpele testjes is vast te stellen of reflexen aanwezig zijn.
Als een reflex later dan de normale periode aanwezig is betekent dit dat dit deel van het zenuwstelsel onderontwikkeld is. Dit is volgens Shirley Kokot in veel gevallen te verhelpen met gerichte bewegingsoefeningen die de betreffende hersengebieden stimuleren. De hersenen wordt zo een tweede kans geboden om zich te ontwikkelen.

Het voert hier te ver om alle reflexen door te nemen. Ter illustratie ga ik wat dieper in op één van de vele reflexen: de asymmetrische tonische nekreflex  (ATNR)

Deze reflex zorgt ervoor dat een pasgeboren baby zijn linkerarm zal strekken en tegelijkertijd de rechterarm zal buigen als je zijn hoofd naar links draait (en vice versa).

ATNR stimuleert de ontwikkeling van de evenwichtsorganen en stimuleert de verbinding tussen neuronen. In de eerste 6 levensmaanden is de functie van de ATNR te kunnen ademen als het kind op de buik ligt en stimuleert het de ontwikkeling van oog hand coördinatie. De strekking van de arm maakt dat een kind omrolt, wat een eerste stap is in het leren voortbewegen.

Normaalgesproken verdwijnt deze reflex 6 maanden na de geboorte. Als de reflex onvoldoende wordt geïntegreerd en blijft bestaan heeft dat gevolgen voor de ontwikkeling van bijv. kruipen en lopen. Deze kinderen kunnen moeite hebben om twee handen tegelijk te gebruiken, zoals een bal met 2 handen vangen, of kunnen moeite hebben met het passeren van de middellijn. Ook beïnvloed ATNR de oog hand coördinatie wat weer effect kan hebben op lezen, schrijven en spellen.
Een kind dat de ATNR heeft behouden zal iedere keer dat het naar zijn pen kijkt de reflex moeten onderdrukken om de arm te strekken en iedere keer dat het wegkijkt de reflex moeten onderdrukken om de arm te buigen. Dit kost energie en heeft effect op zijn handschrift. Sommige kinderen compenseren de reflex door hun hoofd te fixeren en recht te houden en hun schrift 90 graden te draaien.

Werkwijze:

Onderzoek of de vele verschillende reflexen nog aanwezig zijn buiten de normale periode. Er zijn verschillende testjes om dit te onderzoeken.  Ter illustratie ga ik in op één mogelijke test om te onderzoeken of de ATNR (asymmetrische tonische nekreflex) nog aanwezig is:

  • Zet het kind in de tafel positie (op handen en voeten); vingers wijzen naar voren en zijn plat op de grond. Voeten zijn plat op de grond, tenen wijzen naar achter. De hoek tussen de romp en de armen en de romp en de benen is 90 graden.
  • Breng het hoofd naar beneden zodat de achterkant van het hoofd op de zelfde hoogte is als de rug.
  • Draai zijn hoofd zachtjes naar rechts zodat de kin parallel is aan de schouder.
  • Houd deze positie vast gedurende 5 seconden.
  • Draai zijn hoofd voorzichtig terug naar de middellijn en herhaal de oefening in de tegenovergestelde richting.
  • Herhaal deze procedure tot 6 keer (als je een duidelijke reactie bemerkt kun je eerder ophouden)
  • Bekijk de reactie van het lijf.
    • De reflex is nog aanwezig als de elleboog aan de zijde van schedel buigt.
    • Let op het fixeren van de elleboog – sommige kinderen leren hun elleboog te fixeren om de reflexbeweging tegen te gaan.

Er zijn nog vele andere vergelijkbare testen. Als je hier meer over wilt lezen verwijs ik je naar www.ilt.co.za

Doe gerichte bewegingsoefeningen als bepaalde reflexen nog ongewenst aanwezig blijken te zijn. Bewegingsoefeningen kunnen helpen bij de ontwikkeling van het zenuwstelsel en een reflex te integreren. Bijvoorbeeld: als een kind nog ATNR heeft helpt het volgende spelletje:

  • Zorg voor een hoeveelheid appels, ballen, of zachte knuffels.
  • Markeer een startlijn en een finish lijn. Maak deze in het begin niet te ver van elkaar; bijvoorbeeld 2 meter. Naarmate het kind handiger wordt kunnen de lijnen verder uit elkaar.
  • Zet een bak bij de finishlijn
  • Het kind houdt een appel/knuffel/bal tussen zijn kin en een schouder en kruipt naar de van de start naar de finish en laat het object in de bak vallen.
  • Het kind kruipt terug naar de startlijn en ontvangt een volgend object.
  • Bekijk hoeveel objecten een kind binnen een bepaalde tijd kan verplaatsen.

Er zijn vele andere bewegingsoefeningen die de ontwikkeling stimuleren. Ook hiervoor verwijs ik naar www.ilt.co.za

Tips en valkuilen.

Ouders kunnen helpen om het kind de juiste bewegingen te laten maken en ze dagelijks te laten oefenen.  Maak het leuk en houd het luchtig. De oefeningen hebben het grootste leereffect als het lukt om er een spelletje van te maken en er ‘quality-time’ van te maken.

Het heeft meer effect als je vaak even kort oefent, dan af en toe intensief.

Als oefeningen te intensief zijn raakt het systeem overbelast. Doe een stapje terug (langzamer bewegen, minder herhaling of verander van oefening)  als je de volgende veranderingen ziet:

  • Oren worden rood
  • Verandering van de kleur van het gezicht (rode of juist bleke wangen, wit rond de lippen)
  • Verandering in ademhaling of hartslag
  • Ongerichte blik
  • Verandering in spierspanning (rigide of juist slap)
  • Uiting van ongemak, duizeligheid, misselijkheid en dergelijke

Zorg voor langzame ritmische bewegingen zodat de hersenen de tijd hebben om de impulsen te verwerken.

Er zijn voor iedere reflex meerdere oefeningen mogelijk afgestemd op de leeftijd van het kind. Kies één activiteit uit en gebruik deze langere tijd (bijvoorbeeld 4 weken). Dit werkt beter dan steeds andere oefeningen te doen.

Bron: Integrated Learning Therapy. Wired te learn; ensuring learning readiness in the school beginner. Shirley J. Kokot (2010) Radford House Publications, Wellington, Western Cape.

Heb jij ervaring met bewegingsoefeningen om de hersenen te helpen ontwikkelen? Inspireer ons door in het reactieveld te laten weten wat voor jou wel/niet werkte.

10 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *