Doel:

‘gebruiksaanwijzing’ ontdekken en bouwstenen bieden voor een goede werkhouding.

Achtergrond informatie.

De tweede klas van de middelbare school is een berucht jaar. De spannende nieuwigheid is eraf en de hoeveelheid werk en de moeilijkheidsgraad zijn behoorlijk toegenomen vergeleken bij de 1e klas. Veel kinderen merken dat er een tandje bij moet om de eindstreep te halen.
Maar hoe doe je dat eigenlijk?
Veel hoogbegaafde kinderen lopen er tegen aan dat ze eigenlijk niet goed weten hoe ze hun werk aan moeten pakken als het moeilijker wordt. Het hoofdstuk doorlezen was genoeg voor een voldoende. Een dag van te voren een woordenlijst doornemen leverde goede resultaten op. Vaak komt er een punt, en vaak is dat in de tweede klas, waar hun aanpak niet meer werkt en er onvoldoendes vallen. Dat knaagt aan het zelfvertrouwen en als de onvoldoendes zich opstapelen kunnen ze in een fikse studie-dip belanden. Het wordt steeds moeilijker om de telefoon weg te leggen en aan de slag te gaan, het heeft toch geen zin. Of, waarom zou je je druk maken om die stomme vakken op school, het is toch totaal niet interessant of relevant.

Kinderen willen graag hun weg vinden in werk dat bij hen past en goede resultaten halen. Als dat niet lukt kunnen ze zich verschuilen achter “niet belangrijk”, “saai”, “ik kan het niet”, “het heeft toch geen zin”,  ”vergeten”, enzovoort. De verleiding is dan misschien groot om te vertellen hoe het moet, aan te jagen of terecht te wijzen. En voor je het weet besteed je als ouder uren aan extra uitleg en overhoren of beland je in een strijd met je kind om ervoor te zorgen dat hij goede cijfers haalt.
Het voedt waarschijnlijk alleen maar hun angst om te falen waardoor het verzet of hun hulpeloosheid groeit. Als de strijd om het schoolwerk de relatie te veel onder spanning zet, laten ouders uiteindelijk los, in de hoop dat ie wel zal leren als hij zijn neus stoot.

Gelukkig is er een andere route. Een route die verbindend werkt en je kind de steun biedt om zijn eigen weg te vinden. Een route waarbij de ouder zich als procesbegeleider opstelt in plaats van als aanjager of inhoudelijk hard gaat werken.  In deze blog ga ik in op het omgaan met kinderen die wel hard werken maar waarbij het niet lukt. In de volgende blog zal ik ingaan op het omgaan met kinderen die hun tijd liever aan andere dingen besteden dan aan schoolwerk.

Werkwijze.

Word proces-begeleider

Verleg de aandacht van de inhoud of de resultaten naar het proces om te ontdekken hoe je kind het werk aan wil pakken.

Maak duidelijk dat de schoolperiode voor je kind een periode is om te ontdekken hoe hij later goed kan functioneren in de maatschappij. Dat betekent dat hij in aanraking komt met veel verschillende dingen zodat hij kan uitvinden wat bij hem past. Een aantal daarvan vindt hij leuk en interessant en soms moet hij dingen doen die hij nog niet kan of stomvervelend of nutteloos vindt. Het gaat erom om te ontdekken hoe hiermee om te gaan, grip te krijgen en een goede balans te vinden die bij hem past. Ook in de leukste baan van de wereld komt iemand momenten tegen die niet leuk zijn en zal hij zichzelf moeten overwinnen. De inhoud van de vakken op school is belangrijk maar het gaat nog veel meer om het ontdekken hoe hij met dingen omgaat en hoe hij hobbels overwint.  Welke kwaliteiten en interesses heeft hij, welke manieren van werken passen het beste bij hem en hoe krijgt hij grip op zijn werk/situatie?

Houd dit lange termijn doel voor ogen en vraag je bij alles wat je over schoolwerk zegt/doet af of het bijdraagt aan deze ontdekkingstocht. Kies bewust wat je wel of niet zegt/doet.
Vraag je bijvoorbeeld af hoe overhoren bijdraagt aan zijn leerproces. Het kan zeker waardevol zijn om te overhoren als het je kind helpt om een nieuwe strategie te ontdekken zoals bijvoorbeeld dat opdelen en herhalen wel resultaat oplevert, of dat het helpt als je een stok achter de deur hebt om aan de slag te gaan. Maak dit expliciet zodat hij grip krijgt op hoe hij het werk aan kan pakken. Minder effectief is het als het overhoren een makkelijke manier is om de inhoud tot zich te nemen die minder tijd kost dan bijvoorbeeld woordenlijsten invoeren in wrts (overhoorprogramma).
Kortom: Wees je bewust van wat je kind leert van jouw opmerking of aanpak?

Vertaal een probleem naar een te leren vaardigheid of te ontdekken aanpak.

Bijvoorbeeld: Je dochter besteedt veel tijd aan het leren van geschiedenis. Ze maakt van iedere paragraaf een samenvatting en leert die uit het hoofd. Een serieuze aanpak, maar helaas leidt het niet tot het gewenste resultaat. Ondanks haar inzet haalt ze de ene onvoldoende na de andere.

  • Accepteer haar gevoelens, laat haar uitrazen als dat nodig is en erken haar frustratie.
  • Straal bewust vertrouwen uit.
  • Zeg dingen in de lijn van: “Dit betekent dat je nog iets te ontdekken hebt in hoe je het aan kunt pakken. Heb je al een idee wat er misgaat of moet je daar nog achter komen?”
    NB: hierin zit de suggestie dat de onvoldoende niet komt omdat ze het niet kan (fixed mindset), maar dat ze alleen nog maar hoeft te ontdekken hoe ze het wel moet aanpakken. Deze suggestie zal ze overnemen, misschien niet meteen maar zeker na een paar keer.
  • Plavei de weg naar ‘wat werkt wel?’
    Meer van het zelfde doen werkt niet. Ze zal zich bewust moeten worden dat een andere strategie, een andere manier van voorbereiden nodig is om de resultaten te verbeteren. Vaak zijn kinderen zich daar helemaal niet van bewust. Ze gaan uit van één strategie en als die niet werkt dan denken ze dat ze het niet kunnen en geven ze het op, of ze gaan heel gefrustreerd meer van hetzelfde doen.
    Kinderen kunnen zich enorm verzetten om te erkennen dat iets anders nodig is, want dat voelt als falen. Laat je niet meeslepen door de emoties en wees je bewust van je rol als procesbegeleider. Stuur op proces niet op inhoud. Dat betekent dat jij niet hoeft te weten en te vertellen hoe die andere aanpak moet zijn, maar dat je vertrouwen in haar uitstraalt en ferm en vriendelijk stimuleert om op zoek te gaan naar een andere aanpak.
    Zoals bijvoorbeeld:  “Wie zou je kunnen helpen om een andere aanpak te ontdekken?”, of “Op welk moment zal ik even met je meedenken over andere manieren van voorbereiden” of “Hoe wil je er achter komen hoe je het anders kunt aanpakken?”
    Soms kan “Wat zou je een volgende keer anders kunnen doen” ook stimulerend werken, maar het kan ook te hoog gegrepen zijn als ze nog geen idee heeft.
    Waarschijnlijk moet ze even een drempel over dus let op richtinggevend taalgebruik en maak het niet te vrijblijvend, zoals: “Zal ik meedenken?” Antwoord: “Nee.” Uitgepraat.
  • Houd vol tot het lukt.
    Het is vaak niet meteen duidelijk wat precies nodig is, anders zou ze het wel al zo doen.
    (In dit voorbeeld i.p.v. gericht te zijn op feiten reproduceren, een geschiedkundige periode leren begrijpen en doorgronden bijvoorbeeld door een mindmap te maken waarin ze verbanden legt, of overeenkomsten en verschillen aangeeft met andere periodes, etc.)
    Het gaat erom dat ze verschillende manieren blijft uitproberen tot het lukt, en daar heeft ze jouw steun en vertrouwen voor nodig, want natuurlijk is het nog extra frustrerend als een andere aanpak ook niet meteen de gewenste verbetering oplevert. Juist dan is het extra belangrijk om dezelfde boodschap uit te blijven dragen. Richt je op vertrouwen uitstralen en het ontdekken van een andere aanpak die wel werkt.

Communiceer open en eerlijk

Wees duidelijk en open, benoem wat je ziet zonder verwijt of beschuldiging, en stel vervolgens vragen om te ontdekken hoe het voor je kind werkt.
Bijvoorbeeld: “Het valt me op dat je regelmatig stress hebt om je huiswerk af te hebben en goed voorbereid te zijn voor een toets. Herken je dat? Wat ga je anders doen om niet meer zo veel stress te hebben?”.

Laat ballonnetjes op om bewustwording te creëren?

Bijvoorbeeld: “De één kan makkelijker aan de slag gaan als hij na school eerst even iets doet om te ontspannen, een ander kan juist beter meteen aan de slag gaan omdat hij het moeilijk vindt om te stoppen als hij met iets leuks bezig is. Heb jij al ontdekt wat voor jou het beste werkt?  Nee: iets om voor jezelf uit te vinden. Ja: Hoe werkt het voor jou?
(I.p.v. “leg die telefoon eens weg en ga aan de slag!”).

Op welke momenten/ hoe lang  achter elkaar kan jij je het beste concentreren? Ben je je hiervan bewust als je je werk inplant? Kies je bewust wanneer je leer- of maakwerk doet? Nee: iets om voor jezelf uit te vinden. Ja: Hoe doe jij dat?

Deel je eigen ervaringen.

Laat zien dat het normaal is om te balen als een taak nog niet lukt en je je ergens toe moet zetten. Bijvoorbeeld:
“Ik ben wat prikkelbaar want ik ben ontevreden over ……. omdat het me nog niet zo goed lukt”
“ Ik heb helemaal geen zin om ……, ik ben het zat en wou dat ik het al af had.  Ik ga nog even tot 16.30 uur buffelen en dan is het genoeg geweest en ga ik wat leuks doen. Doe je met me mee? Wat stel jij je ten doel? Wat zullen we om 16.30 uur doen zodat we iets hebben om naar uit te kijken?

Tips en Valkuilen

Vaak hoor ik van ouders “mijn kind wil helemaal niet praten en staat niet open voor hulp”. Voor alles is een reden. Misschien heeft hij niet het vertrouwen dat het hem oplevert wat hij wil. Of misschien reageert hij zijn angst af dat het niet lukt. Als ze midden in een dip zitten en nog niet zien hoe ze eruit moeten komen verzetten ze zich. Dat is normaal. Gebruik die momenten om je dieper bewust te worden van je  eigen gedrag. Lukt het om vertrouwen te blijven uitstralen en procesgericht te blijven?
Geef niet op. Als de angst groot is kan het verzet hevig zijn, maar juist dan hebben ze je het hardste nodig. Mijn ervaring is dat als ik op de lastige momenten (frustratie of desinteresse) hun ervaring accepteer en erken, maar zelf daadkrachtig, vriendelijk en procesgericht blijf, ze uiteindelijk belangrijke leermomenten ervaren die ons contact zelfs verdiepen. Vaak bedanken ze me na afloop van zo’n worstel moment voor mijn hulp.

Wees beducht voor de weinig behulpzame maar helaas veel voorkomende overtuiging: “Je hebt VWO niveau of je hebt het niet en als je onvoldoendes haalt is dat een bewijs dat je kennelijk het niveau niet aan kan en je beter op je plek bent op een lager niveau.” Ik wil niet beweren dat iedere hoogbegaafde op z’n plek zit op het VWO. Als iemand z’n kwaliteiten en interesses op een heel ander vlak liggen kan een andere route wellicht beter aansluiten. Toch denk ik dat het vaak een valkuil is om uit te gaan van een vaststaand niveau en de resultaten vanuit die blik te interpreteren. “Wat werkt wel?” brengt iemand op de plek die bij hem past.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *