Doel:

driftbui

van machteloze woede naar een gezamenlijk leerproces met begrip.

Achtergrond informatie

Boosheid is energie; een signaal in je lijf dat het niet gaat zoals je wilt.
Boosheid zet aan tot actie om het probleem op te lossen.
Maar als je niet goed weet wat er aan de hand is of als het niet lukt om de situatie naar je hand te zetten, kan boosheid makkelijk escaleren tot een woedeaanval.
Dat kan in één enkele situatie gebeuren maar de emmer kan ook langzaam vollopen tot hij overstroomt.

Het is niet verwonderlijk dat woede veel voorkomt bij hoogbegaafde kinderen. Naast dat hoogbegaafde kinderen vaak heel sensitieve kinderen zijn en ze sowieso veel emoties te verwerken hebben, weten ze vaak ook niet hoe ze de schoolsituatie zo kunnen beïnvloeden dat ze beter aan hun trekken komen. Of ze voelen zich anders, zouden willen dat dit niet zo was, maar hebben er geen grip op.

De meest gestelde vraag binnen mijn praktijk is dan ook hoe je om moet gaan met woedeaanvallen.

Woedeaanvallen verminderen als kinderen (en volwassenen) meer grip krijgen op hun situatie.
En om grip te krijgen heb je allereerst empathie nodig. Kinderen hebben jouw liefde het meest nodig op de momenten dat ze het het minst ‘verdienen’.

Een kind dat een woedeaanval krijgt, wil iets voor elkaar krijgen maar weet niet hoe. Hij weet bijvoorbeeld niet hoe hij het werkstuk zo perfect voor elkaar krijgt als hij voor ogen heeft, of hij is bang dat jij meer van zijn zus houdt en hij weet niet hoe hij dit kan veranderen, of….
Als we ons vervolgens richten op het afleren van woedeaanvallen vergroten we zijn machteloosheid. Hij weet nog steeds niet hoe hij voor elkaar kan krijgen wat hij wil en hij heeft er een extra probleem bij gekregen, namelijk dat hij moet leren niet zo boos te worden.

Werkwijze:

Een heel belangrijke stap is om de omslag te maken van “het kind heeft een probleem” naar “wij helpen elkaar om te krijgen wat een ieder nodig heeft”. Dit geldt zowel in de klas als thuis.

Wat me opvalt is dat kinderen met driftbuien zich vaak zo slecht voelen over zichzelf. Ze voelen zich  schuldig over dat ze zich ‘misdragen’ en anderen ‘tot last zijn’. Ze willen het heel graag beter doen, maar als puntje bij paaltje komt lukt het niet. En het zal blijven mislukken zolang de insteek is dat het driftige kind zich moet leren gedragen (door positief gedrag te belonen en negatieve consequenties te verbinden aan negatief gedrag).
Driftbuien ontstaan in wisselwerking met de omgeving.
Het is een signaal dat het kennelijk niet lukt om elkaar te bieden wat nodig is.
Het is tijd voor gezamenlijke ontdekkingstocht waarin iedereen zoekt naar wat hij kan bijdragen.
Het driftige kind is dan niet meer het lastige kind, maar een schakel in een geheel.

Voorbeeld.

Vorige week had ik een vader in mijn praktijk die vertelde over een woedeaanval van zijn zoon.
De zoon had voor het slapengaan de aandacht van zijn moeder willen hebben, maar moeder voelde zich niet lekker en was alvast naar bed gegaan. Vader had dit uitgelegd maar zoon voelde zich gefrustreerd dat zijn moeder niet kwam en bleef mokken. Vader wilde moeder beschermen en dacht er goed aan te doen om een duidelijke grens te stellen. “Zijn moeder zou die avond niet komen”.  Wat vriendelijk begon escaleerde tot een woedeaanval van de jongen.
Tijdens ons gesprek kwam vader tot het inzicht dat hij niet op zoek was geweest naar hoe ze elkaar konden helpen, maar strak had vastgehouden aan zijn eigen ideeën. De jongen voelde zich niet gehoord, had zich machteloos gevoeld en was woedend geworden.

Prachtig om te zien hoe deze vader tijdens het gesprek alsnog de omslag maakte van “mijn kind moet leren zijn woedeaanvallen te beheersen” naar empathie en zich openstelde voor de beleving van zijn kind. Alleen dan wordt het mogelijk om te ontdekken wat een ieder nodig heeft en is een woedeaanval niet meer ‘nodig’. Ik zeg nadrukkelijk ontdekken, het is een leerproces. Als het zo simpel was dat jij of je kind het al zou weten dan was er geen woedeaanval geweest.
Voor alle duidelijkheid: met empathie bedoel ik niet dat hij vanuit het begrip voor de behoefte van zijn zoon, moeder alsnog uit bed had moeten trommelen. Dat is toegeven.  Ik bedoel  met empathie begrip en het zoeken naar mogelijkheden.  Hoe anders zou het hebben geklonken als hij bijvoorbeeld had gezegd: “Ik snap je teleurstelling, wat zou jou nog meer kunnen helpen om toch lekker in slaap te komen?

 

3 Comments

  • Wat bij mij zoon erg heeft geholpen is gerichte aandacht besteden aan nazorg. Hij gaf zelf aan dat hij het zo naar vindt dat hij steeds zo boos werd en dat hij er niets aan kon doen en dat hij het niet zo wil, precies zoals je boven schrijft. Tijdens de boze bui bleef ik bij hem en probeerde hem niet te remmen, ik was er gewoon. Als de storm ging liggen pakte ik hem vast, wat hij prettig vond, en zei dat ik wist dat hij er niets aan kon doen op dat moment. Dit stelde hem enorm gerust merkte ik en dit legde daardoor geen kiem voor een volgende aanval. We zijn gaan praten over wat hij precies voelt op zo’n moment (een bal in zijn buik die eruit moet) en wanneer hij het voelt opkomen (vaak na schooltijd als hij een nare dag heeft gehad) en dat is hij nu zelf gaan herkennen. Ik heb gevraagd of hij het fijn vindt als ik hem vasthoud op een moment dat hij het moeilijk heeft en dat werkt enorm goed. Op inhoudelijk vlak zijn we natuurlijk ook bezig (wat is de oorzaak en wat kunnen we daaraan doen) maar dit is wat op het moment zelf als de bui niet meer te stoppen lijkt, goed bij ons heeft geholpen. Dat klopt met wat je boven schrijft: hij voelt zich gehoord en bouwt geen nieuwe negatieve gevoelens over zichzelf op doordat ik hem niet veroordeel om zijn boosheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *